Je maintiendrai


Was de oorlog op 5 mei 1945 voor iedereen wel afgelopen?

Niet voor Lenard Joosten en met hem nog vele andere Indiëgangers.

Zoals elk jaar vindt op 4 mei de Nationale Dodenherdenking plaats en vieren we op 5 mei de bevrijding.

Tijdens de nationale Dodenherdenking herdenkt men alle burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ( 10 mei 1940 ), in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.
Op 5 mei is het Bevrijdingsdag, dit is de dag waarop we het einde van de Tweede Wereldoorlog vieren.
Maar zoals in de ondertitel al gesteld, was iedereen op 5 mei wel bevrijd?
Het was niet alleen Duitsland die bestreden moest worden, maar ook Japan.
Velen zullen zeggen, wat hadden wij Nederlanders nou met Japan te maken.
Nou, het antwoord hierop is: heel veel hadden wij er toen mee te maken.

Op 5 mei 1945 hoorde het toenmalige Nederlands-Indië (17 augustus 1945 werd het onafhankelijk en vanaf toen heette het Indonesië ) bij het Koninkrijk der Nederlanden. Nederlands-Indië was een kolonie.
Een kolonie is een vestiging van een deel van de bevolking, buiten het eigenlijke territorium van dat volk.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie, afgekort VOC was een handelsvereniging die in de 17e en 18e eeuw het monopolie bezat op de handel van de Republiek der Verenigde Nederlanden met gebieden in Azië en vooral Indië.
De VOC voer met schepen naar Azië maar ook tussen Aziatische landen. Daar in die Aziatische landen was het niet alleen een handelsonderneming, maar ook een staatkundige organisatie. Zij regelden vooral in een groot gebied in Zuidoost Azië bestuur en rechtspraak. Zij hadden daar een eigen leger en vloot. Dit was belangrijk om de eigen handel en vloot te beschermen, tegen vooral Spanje en Portugal die daar al veel langer handelden.
Er werd veel verdiend aan de handel in peper, kruidnagel, nootmuskaat en kaneel maar later kwam daar ook nog porselein, koffie, thee, zijde, katoen en opium bij.
Batavia ( tegenwoordig heet het Djakarta ) in Nederlands-Indië was als handelsplaats ideaal qua ligging voor de verbinding met Kaap de Goede Hoop.
Doordat er veel handel werd gedreven en er dus veel geld te verdienen was vestigden zich daar ook veel Nederlandse handelaars met hun familie in Nederlands-Indië.
Alleen werd het geld verdiend door de Nederlanders en niet door de oorspronkelijke bewoners.
Om een idee te krijgen hoe het er toen aan toe ging is het een tip om het boek Max Havelaar geschreven door Multatuli eens te lezen. Dit boek is verfilmd in 1976 door Fons Rademakers.

Aan al die rijkdom en weelde kwam abrupt een einde toen Japan op 11 januari 1942 Nederlands-Indië binnenviel.
Het KNIL ( Koninklijk Nederlands Indisch Leger ) hield geen stand tegen deze overmacht en Japan bezette Nederlands-Indië. Alle Nederlanders werden gevangen gezet in kampen, de zogenoemde jappenkampen.
Dat dit voor de vele Nederlanders en ook de andere gevangenen een ware hel was, heeft men kunnen vernemen via de media.
De Nederlanders die opgesloten werden kregen o.a. geen medicijnen en de krijgsgevangenen werden gedwongen om onder onmenselijke omstandigheden mee te werken aan de Birmaspoorlijn

Er zijn verschillende documentaires en films daarover gemaakt.

Zie onder andere de films:
Merry Christmas Mr Lawrence uit 1983
Paradiseroad uit 1997
Return from the river Kwai uit 1990
The bridge on the river Kwai uit 1957

Als op 5 mei 1945 Duitsland capituleert, is de strijd in Azië dus nog niet gestreden.
Japan capituleert pas op 15 augustus 1945, nadat de Verenigde Staten op 6 augustus 1945 een atoombom op de havenstad Hiroshima liet vallen en drie dagen later op Nagasaki.

Na de capitulatie van Japan kan Nederland niet meteen troepen naar Nederlands-Indië sturen om het koloniale gezag te herstellen, want twee dagen na de capitulatie van Japan, op 19 augustus 1945 vindt de proclamatie, wat officiële bekendmaking betekent, van de Republiek Indonesië plaats.
Soekarno en Hatta, de twee belangrijkste nationalistische leiders, kondigen de onafhankelijkheid van Indonesië af. Hier was de regering in Nederland niet zo blij mee, maar de lokale bevolking wilde onafhankelijk zijn.

Om een impressie te krijgen van wat er daarginder toen allemaal speelde moet u het boek Oeroeg uit 1948 van Hella Haasse maar eens lezen. Dit boek is in 1993 verfilmd door Hans Hylkema.

Voor een ooggetuigenverslag namen we contact op met Lenard Joosten.
Lenard was namelijk in Nederlands-Indië. Hij moest als dienstplichtig soldaat op 5 november1946 indienst.
Toen was er nog de diensplicht en omdat Nederlands-Indië een kolonie van Nederland was, werd het leger ingeschakeld om orde op zaken te brengen. Bij weigering werd je opgesloten in Veenhuizen.
Daarom vertrok Lenard op 4 juni 1947 met de boot Tabinta naar Java.

Lenard was zoals hij vertelde van de late lichting. Hij was al 20 jaar. Er werden er dus nog uitgezonden die jonger waren, rond de 18 jaar.
De eerste lichting die naar Nederlands Indië heette de 7 december divisie ( lichting 1945 ), en is genoemd naar de rede die onze toenmalige koningin Wilhelmina hield op 7 december 1942 te Londen.
Deze divisie werd gestuurd om de rust, orde en veiligheid te herstellen
Lenard ging met de tweede divisie, de Palmboomdivisie ( lichting 1946 ), ongeveer 1900 man, naar Java.
Deze divisie werd gestuurd ter ondersteuning van de al aanwezige troepen. De KNIL, de oorlogsvrijwilligers en de 7 december divisie. Er volgde ook nog een 3e divisie, de Drietand divisie.
De soldaten aan boord van de Tabinta, werden in Midden-Java gelost omdat de boot niet aan wal kon komen. Na 3 weken moesten ze naar Oost-Java.

Naast Lenard werden ook zijn broers Piet en Jan opgeroepen, ze waren de drie oudsten van het gezin. Zijn broer Piet was gelegerd in West-Java. Jan was wel opgeroepen maar was te laat in Venlo, er was al gefoerageerd. Jan had geen voedsel, maar het bleek dat hij ook geen slaapplaats had.
Daarop is Jan naar huis gegaan en toen ze hem op wilden komen halen stond vader Joosten dat niet toe. Ze moesten eerst er maar eens voor zorgen dat zijn zoon te eten kreeg en een slaapplaats had.
Later bleek dat Jan helemaal niet in dienst hoefde omdat hij al 2 broers had die in Nederlands-Indië gelegerd waren.
Toen ze in Nederlands-Indië aankwamen, hadden ze daar ander eten dan wij hier in Nederland kenden.
Daar hadden ze geen soep, aardappelen en pudding, wat de meesten gewend waren. Dit was voor sommige een hele omschakeling.

Het heeft zeven maanden geduurd voordat Lenard überhaupt nasi goreng lustte, hij bleef in het begin zijn portie ruilen tegen bananen, die lustte hij tenminste wel.
Dit vertelde hij echter niet tegen zijn maten want die hadden daar wel methoden voor om je aan het eten te krijgen.
Je werd dan bijvoorbeeld vastgehouden aan je armen en benen en eentje kneep je neus dicht. Dan ging je mond wel open en hups dan at je wel.
‘Hoezo, lust je dit niet?’ werd er daarna dan gezegd. ‘Je hebt het zojuist wel opgegeten.‘
Water uit de kraan, drinkwater dat was er ook al niet.

Men kreeg er water met pillen om het te ontsmetten en pillen om het op smaak te maken. Meestal dronken de soldaten daar thee, dat water was van tevoren gekookt en dat was wel drinkbaar.

Nederland wilde Nederlands-Indië niet kwijt en probeerde via twee militaire acties, politionele acties genoemd, op Java en Sumatra toch haar gezag te herstellen, en haar aanwezige onderdanen te beschermen. Daar was Lenard niet bij aanwezig.
Daar de situatie op een gegeven moment niet meer te houden was, zijn beide partijen toch gaan onderhandelen om tot een oplossing te komen.
Tijdens een van deze onderhandelingen had Lenard dienst. Hij was bewaker van het gebouw waar de onderhandelaars binnen hun overleg hadden.
Soekarno en afgevaardigden van de Nederlandse regering waren met elkaar aan het onderhandelen.
De bewaking vergaten ze die avond eten te geven. Er was alleen nog een ketel met gekookte pruimen.
Een van de maten van Lenard at ze allemaal op en was drie dagen daarna nog ziek ervan.
Uiteindelijk vond op 27 december 1949 in Amsterdam de soevereiniteitsoverdracht plaats, dit door de grote internationale druk vooral van de Verenigde Staten.

Toen was Lenard al weer in Nederland, want op 8 juni 1949 zat hij op de boot genaamd de Groote Beer die hem terugbracht naar Nederland.
Lenard had TB, tuberculose, door het klimaat daar in Nederlands-Indië, warm en broeierig en de gevoeligheid voor allerlei ander aandoeningen ( vooral dysenterie en malaria ) was daar geen genezing mogelijk.
Ringworm kwam daar ook voor. Lenard vertelde over de Groninger Jan Huizing. Hij had ringworm, dat is een besmettelijke huidziekte. Als je ringworm had mocht je absoluut niet in de zon komen.
Op een gegeven moment waren ze Jan Huizing kwijt.
Het bleek dat hij achter een schuur met suiker pal in de zon was gaan liggen. Over zijn hele lichaam was hij verbrand, de dokter zei nog dat hij met één been in het graf stond. Maar hij was wel van de ringworm af.
Lenard woog nog maar 47 kg toen hij naar huis ging.
In Nederland aangekomen duurde het toch nog tot april 1950 voordat hij echt weer thuis was in Liessel.
Hij lag achtereenvolgens in sanatoriums in Renkum, Eindhoven en Son.
Iedereen heeft trouwens TB bacillen bij zich. Als je zwak bent o.a. door malaria, dysenterie in een warm, broeierig klimaat dan ben je daar vatbaar voor.
TB is een besmettelijke ziekte, 68 % van de bevolking daar had het toen.

De soldaten die in Nederlands-Indië waren geweest hebben zich verenigd in verenigingen van oud Indiëstrijders.
Elk jaar hebben ze een reünie. Lenard was twintig jaar secretaris van de Oudindiëstrijders in Liessel. Inmiddels is deze vereniging er niet meer. Het was een bewuste keuze omdat nu de buitenwereld weet waarom ze gestopt zijn.
Men wordt ouder en op een gegeven komen mensen dan te overlijden. Als er dan geen aanwas komt houdt het op een gegeven moment op. De leden betaalden geen contributie, als er iets betaald moest worden werd er ter plekke daarvoor geld opgehaald.
Hun vaandel dat komt hoogstwaarschijnlijk in de kerk in Liessel te hangen, een fijne plek en zo vervalt het niet, want dat zou jammer zijn.
De vereniging hield ook altijd het oorlogsmonument in Liessel bij. Dit is nu overgedragen aan stichting Oorlogsmonument Liessel.

Ieder jaar op 7 september is er een grote herdenking in Roermond bij het Nationaal Indië monument. Inmiddels is het nu voortaan iedere eerste zaterdag van september. Dit omdat de Indiëgangers steeds ouder worden en op den duur afhankelijk zijn van vervoer van familieleden, deze hebben meestal vrij op zaterdag. Vandaar de keuze voor deze dag. Zo’n dag trekt toch gauw 20.000 bezoekers, militairen uit Nederland en KNIL militairen.

 

Voor hen die achterbleven 

Zij werden geroepen, zij zijn gegaan,
naar een land in de tropen, heel ver hier vandaan.
Ze kregen de boodschap mee:
“Zorg voor Orde, Rust en Vree”. 

Tot een terugreis is het niet gekomen,
hun jong leven is door ziekte of geweld
plotseling van hun afgenomen. 

Einde van al hun idealen en toekomstdromen.
De familie werd ingelicht en voorzichtig verteld:
“Uw zoon of broer, hij is niet meer,
Is reeds begraven op het ere-veld”. 

Een onvoorstelbaar leed, haast niet te dragen,
heeft de familie meegetorst, al hun levensdagen.
Voor hen geen laatste blik, geen begrafenis,
alleen een groot verdriet, een enorm gemis. 

Soms kwam er nog een laatste brief, als laatste groet,
bij leven nog geschreven:
“Hoe is het bij jullie, met mij is alles goed….”. 

In een park in Roermond staan op metalen zuilen vermeld,
de namen van hen die achterbleven.
En midden tussen hen in staat een beeld van Spoor,
onze generaal.
Het is net of hij nu nog zeggen wil:
” Ik ben er ook gebleven, net als jullie allemaal”. 

Ieder jaar gaan wij, als veteraan, naar Roermond.
Om hen die daar staan vermeld te herdenken.
Het is voor ons gewijde grond. 

Zolang wij nog kunnen reizen, zolang wij nog kunnen gaan,
zullen wij daar komen om even bij hen te staan.
Ja, zolang God ons nog het leven wil schenken,
Komen wij naar Roermond om jullie te herdenken!! 

Benneveld, 2010
Jaap Haan 

Uit Sobat 26e jaargang  nummer 134  februari 2011
Sobat is het blad van VOMI ( Vereniging Oud Militairen Indiëgangers )

Klik op de afbeelding om naar de website van VOMI Nederland te gaan

Uiteindelijk lieten er ongeveer 5000 Nederlandse militairen het leven in Nederlands-Indië, waarvan de helft stierf dooroorlogshandelingen. De andere helft stierf door ongevallen en ziektes.
Met heel veel dank aan Lenard Joosten voor zijn verhalen en anekdotes
Mede dankzij zijn verhalen en namen van gebeurtenissen konden wij veel terugvinden op het internet om het een en ander toch duidelijk te maken.

We sluiten af met een quote van Lenard:
Er gebeurden daar ook leuke dingen.

De redactie